Monitoring Effecten Ontwikkelingsschets (MONEOS) – Jaarboek monitoring 2025: data rapportage monitoring waterbeweging en fysische parameters in Zeeschelde en bijrivieren
Van Goethem, S.; Michielsen, S.; Nguyen, D.; Hemelaer, J.; Bertels, J.; Meire, D.; Plancke, Y.; Vereecken, H.; Deschamps, M. (2026). Monitoring Effecten Ontwikkelingsschets (MONEOS) – Jaarboek monitoring 2025: data rapportage monitoring waterbeweging en fysische parameters in Zeeschelde en bijrivieren. Versie 4.0. WL Rapporten, PA047_15. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. XVIII, 103 + 41 bijl. pp. https://dx.doi.org/10.48607/399
Part of: WL Rapporten. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. , more
|
|
| Keywords |
Hydraulics and sediment > Hydrodynamics > Current velocities and patterns Hydraulics and sediment > Hydrodynamics > Tides Hydraulics and sediment > Hydrodynamics > Waves Hydraulics and sediment > Morphology > Erosion / sedimentation Hydraulics and sediment > Sediment > Cohesive sediment Hydraulics and sediment > Sediment > Non-cohesive sediment In situ measurements Monitoring Scheldt Estuary [Marine Regions]
|
| Author keywords |
|
| Authors | | Top |
- Van Goethem, S., more
- Michielsen, S.
- Nguyen, D.
|
- Hemelaer, J.
- Bertels, J., more
- Meire, D., more
|
|
| Abstract |
Voorliggend MONEOS jaarboek presenteert de resultaten van de systeemmonitoring in het Schelde estuarium uitgevoerd door het Waterbouwkundig Laboratorium in het jaar 2025. De uitgevoerde monitoring betreft de continue metingen van waterstand, debiet, stroming, saliniteit en sedimentconcentratie, alsook vaarten (halftij-eb en 13-uursmetingen) en periodieke metingen zwevende stof. Tevens is een inschatting gemaakt van de fluviatiele aanvoer van sediment naar de Zeeschelde. Tenslotte worden ook de morfologische veranderingen van de Zeeschelde beschreven op basis van de topo-bathymetrische metingen. Een combinatie van springtij en de storm ‘Benjamin’ zorgde op 23 oktober voor een stormtij op de Noordzee en de Schelde. Dit resulteerde in een hoogwater van +6,82 mTAW in Antwerpen. Het jaargemiddelde berekende bovendebiet voor Schelle bedroeg in 2025 101 m³/s. Dit is een relatief normale afvoer. De aanvoer via de Boven-Zeeschelde vormt traditioneel in de wintermaanden het grootste aandeel van de bovenafvoer in Schelle, de aanvoer via de Rupel is in die periode kleiner. In 2025 is dat niet zo uitgesproken. Enkel januari en februari kennen een hogere aanvoer via de Boven-Zeeschelde. De gemiddelde stroomsnelheden bij Oosterweel tijdens vloed en eb zijn vergelijkbaar met elkaar, hoewel de gemiddelde waarden voor eb iets hoger liggen dan bij vloed. Dit is voornamelijk het geval voor de periode april-december. In deze periode neemt de snelheid bij eb op deze locatie systematisch toe. De maximum snelheden tijdens vloed vertonen een grotere spreiding dan tijdens eb, met name tijdens de wintermaanden. Binnen een individuele getijcyclus is de aanvoer van zout water maximaal op het einde van de vloed, waardoor de saliniteitswaarden tijdens KHW hoger liggen dan tijdens KLW. Dit is met name duidelijk t.h.v. de afwaartse locaties. Bij de meest afwaartse locaties verloopt de saliniteit bij KHW en KLW vrij parallel doorheen het jaar. Verder opwaarts neemt de asymmetrie toe met een beduidend hogere saliniteit tijdens kentering hoogwater dan bij kentering laagwater. De saliniteit is in het hele tijgebied opmerkelijk hoger dan in 2024 dat gekenmerkt werd door zeer lage waarden. 2024 was dan ook een bijzonder nat jaar. In 2025 worden de hoogste gemiddelde sedimentconcentraties waargenomen ter hoogte van Oosterweel- Boven (> 1 500 mg/l) De afwaartse stations kennen na een aantal jaren met afnemende concentraties weer een hogere SSC, zowel bij KHW als KLW. Bij de opwaartse stations zet de dalende trend zich verder. De totale sedimentvracht richting Schelde estuarium voor het jaar 2025 bedraagt 406 Mton. Dit is slechts 44% van de aanvoer in 2024. 2024 was een uitzonderlijk nat jaar met hoge rivierafvoeren waardoor er meer sediment afgevoerd kon worden. Op de eerste maanden van het jaar na, was 2025 droog. Ook op bekkenniveau was de aanvoer van sediment om en bij de 50% van 2024. |
|