Terugkeerperiode waterbom KMI: schatting van de terugkeerperiode van extreme neerslaggebeurtenissen
Van de Vyver, H.; Nossent, J.; Boeckx, L.; Deschamps, M. (2026). Terugkeerperiode waterbom KMI: schatting van de terugkeerperiode van extreme neerslaggebeurtenissen. Versie 4.0. WL Rapporten, 25_010_1. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. VII, 10 + 11 p. bijl. pp. https://dx.doi.org/10.48607/376
Part of: WL Rapporten. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen.
Dit rapport (resultaat van een onderzoeksvraag aan het KMI) biedt een inzicht in de neerslaghoeveelheden die, in een aantal stroomgebieden relevant voor Vlaanderen, statistisch gezien overeen zouden kunnen komen met de neerslaghoeveelheden die tijdens de zogenaamde 'Waterbom' in juli'21 in het zuiden van ons land vielen en daar desastreuze gevolgen hadden. Er wordt rekening gehouden met het feit dat neerslag binnen ons land niet gelijk verdeeld is en stroomgebieden met een min of meer gelijkaardige oppervlakte worden vergeleken. Op basis van een dagelijkse gegridde neerslag dataset van het KMI (beschikbaar vanaf 1951), wordt de tweedagelijkse neerslag tijdens de zogenaamde 'Waterbom' in juli '21 voor het Waalse Maasbekken en het kleinere deelstroomgebied van de Vesder daarin bepaald. Met een geschikte GEV-verdeling op basis van de jaarlijkse maximale tweedagelijkse neerslagtotalen wordt de retourperiode geschat. (Juli) 2021 werd hiervoor meegenomen in de fitting. De tweedagelijkse neerslaghoeveelheid van 106 mm in het Waalse Maasbekken (retourperiode daar 415 jaar) in juli '21 zou in het Belgische Scheldebekken overeenkomen met een retourperiode van 357 jaar. Andersom zou de neerslaghoeveelheid in het Belgische Scheldebekken die overeenkomst met een retourperiode van 415 jaar 110 mm zijn. Voor deze eerder grote gebieden liggen de absolute cijfers niet zo ver uit elkaar. In het kleinere beschouwde bekken van de Vesder komt de tweedaagse neerslaghoeveel van 176.2 mm in juli '21 overeen met een retourperiode van 395 jaar. Een vergelijking wordt gemaakt met het Zenne- en Denderbekken die qua oppervlakte gelijkaardig zijn. Voor het Zennebekken komt de retourperiode van 395 jaar overeen met een tweedagelijkse bekkenneerslag van 146 mm. Voor het Denderbekken komt deze retourperiode overeen met een tweedagelijkse bekkenneerslag van 104 mm. Wanneer eenzelfde tweedagelijke neerslaghoeveelheid als in het Vesderbekken in juli '21 viel zou vallen boven het Zennebekken, zou dat overeenstemmen met terugkeerperiode van 852 jaar. De retourperiode van eenzelfde tweedagelijkse neerslaghoeveelheid boven het Denderbekken zou een nog extremere retourperiode van 16722 jaar hebben. Voor deze kleinere Vlaamse gebieden zou de retourperiode van eenzelfde tweedagelijkse neerslaghoeveelheid als in het Vesderbekken in juli '21 dus een duidelijk veel hogere retourperiode hebben. Deze schattingen van deze extreme terugkeerniveau’s en zeer grote terugkeerperioden (>100 jaar) gaan echter gepaard met aanzienlijke onzekerheid (brede betrouwbaarheidsintervallen). Ook de invloed van het al-dan-niet meenemen van extreme gemeten recordwaardes (zoals die van juli'21) in het opstellen van verdelingen heeft veel invloed. De wetenschappelijke discussie hieromtrent is op internationaal niveau nog steeds gaande.
All data in the Integrated Marine Information System (IMIS) is subject to the VLIZ privacy policy